| Dagkant |
| De zijden, haaks of afgeschuind, van de opening in een
wand, kozijn, poort of boog. de zijden, haaks of afgeschuind, van de opening in een wand,
kozijn, poort of boog. |
| Dagmaat |
| De maat van een opening, b.v. van een
raam- of deurkozijn. |
| Dagstukken |
| Kunststof betimmeringen in de negkant
(dus tussen kozijnstijl en voorvlak van de muur ) van kozijn- of
raamopeningen. |
| Dakbeschot |
| Betimmering of beplating van het dakvlak,
al of niet voorzien van isolatie. |
| Dakdoorvoer |
| Waterdichte passende plaat met pijp in de
dakbedekking voor ventilatie- en rookkanalen. |
| Dakkapel |
|
Weinig zware afscheiding tussen vertrekken en andere woonruimten onderling alsook
tussen deze en de buitenwereld. Primitieve wanden zijn inderdaad gevonden van vlechtwerk,
dichtgemaakt met koemest, leem, plaggen enz., later en tegenwoordig meestal van hout
(planken, schroten, schot- en paneelwerk) of van gepleisterde tengels en riet (Brabantse
wand). Is de wand van zwaar materiaal gemaakt, zoals steen, dan noemt met hem liever
muur. In het interieur geeft met echter ook aan de behangen, bespannen of betimmerde muur
de naam van wand.
|
| Daktrim |
| Aluminium profiel op een dakrand,
toegepast als aansluiting tussen dakrand en de dakbedekking van een plat dak. |
| Deuvel |
| Rond houten staafje, dat in twee aan
elkaar te verbinden houten elementen in een rond gaatje wordt gelijmd, waardoor een goede
verbinding ontstaat. Voornamelijk bedoeld om verschuiven te voorkomen. |
| Diefijzers |
| Metalen tralie- of hekwerk aangebracht in
de kozijnen van keldervensters en ook wel op de begane grond. In oorsprong bedoeld ter
voorkoming van inbraak. |
| Diefijzers |
| Metalen tralie- of hekwerk aangebracht in de kozijnen van
keldervensters en ook wel op de begane grond. In oorsprong bedoeld ter voorkoming van
inbraak. |
| Dilatatie |
| Ontworpen bewegingsvoeg om uitzetting en
krimp tussen bouwdelen op te vangen. |
| Doorspannen |
| Het ontwerpen van een vloer met oplegging
op drie steunpunten. Hierbij een voorbeeld van een
oplegging bij een doorlopende breedplaatvloer. |
| Dorpel |
| Horizontaal deel van een raam- of
deurkozijn. Er zijn dus onderdorpels, tussendorpels en bovendorpels. |
| Draai-valraam |
| Een raam met een constructie waardoor het
zowel als draairaam fungeert, en ook als valraam gebruikt kan worden. |
| Draairichting |
| De aangifte hoe deuren geopend kunnen
worden. |
| Draairichting |
| Een aan een verticale zijde scharnierend
raam. |
| Drager-
inbouwsysteem |
| Bouwmethode waarbij de indeling van een
woning los van het karkas wordt ontworpen en gerealiseerd. De gevels en dragende wanden
worden zo ontworpen dat verschillende indelingen mogelijk zijn. Zo is een betere
afstemming op de behoeften van de bewoners mogelijk. |
| Droge beglazing |
| Systeem waarbij de ruiten in een rubber
worden verwerkt. |
| DUBO |
| Afkorting van Duurzaam Bouwen. Duurzaam bouwen is er op
gericht om de gezondheids- en milieueffecten als gevolg van het bouwen, de gebouwen en de
gebouwde omgeving te reduceren. Het zodanig bouwen en gebruik maken van gebouwen en hun
omgeving dat de schade voor het milieu in alle fasen, van ontwerp tot sloop, zoveel
mogelijk beperkt blijft. |
| Duim |
| Oude lengtemaat, ter grootte van de breedte van de
menselijke duim: ± 2.5 cm. |
| Duivejager |
| Profilering aan houten/kunststof ramen, kozijnen en
balklagen, bestaande uit een ingesnoerde kwartronde overgang tussen twee haaks op elkaar
staande vlakken van het hout/kunststof. |