| K-waarde |
| Geeft de hoeveelheid aan van de warmte die door een
constructie kan verdwijnen. Het omgekeerde van de R-waarde. |
| Kalenderen |
| Het tijdens het heien bepalen van het aantal slagen dat
nodig is oom de paal 250 mm in de grond te laten zakken of het opmeten van het
hoogteverschil dat ontstaat na een tocht ( = 30 slagen ). |
| Kalf |
1 - Dwarsregel( tussendorpel) tussen een deur en haar
bovenlicht. Ook horizontale regel in kruiskozijn tussen luikopening onder en glasvlak
boven, vroeger glashout geheten.
2 - Schuin verbindingsstuk in de driehoek tussen muurstijl, korbeel en sleutelstuk in een
balkgebint, tussen dakspoor en gewelfhout of tussen spantbeen en korbeel in een
kapconstructie.
3 - Balkstuk tussen een balk en een daarin geraveelde halve balk, waarin weer een halve
balk geraveeld wordt. |
| Kantelaar |
1 - Neg, dagkant, vooruitspringend muurwerk om een
kozijn, al of niet betimmerd met een kantstuk; plaatselijk met een platte voorkant van de
kozijnomlijsting (aan straatzijde).
2 - Lichte nisachtige voorsprong, overgangslid tussen een muur of pijler en een pilaster
of muurzuil. |
| Kapla-kozijn |
| Nieuw systeem om gevelkozijnen pas in de laatste
bouwfase, geheel af gemonteerd, afgeschilderd en beglaasd te plaatsen. Het woord Kapla is
een samentrekking van "kant-en-klaar plaatsen". De bevestiging gebeurd met een speciale
strip en hoekstalen die aan het binnenspouwblad worden bevestigd. Hierop een licht
tijdelijk raamwerk van latten, bespannen met folie, dat als een doorwerkraam
en als maat voor de metselaar fungeert. Om het Kapla-kozijn te plaatsen wordt het
doorwerkraam verwijderd en het kozijn met een speciale hijsinrichting in de opening
gebracht, waarna met behulp van montagebussen word afgesteld en bevestigd. |
| Keermuur |
| Muur om de druk van een hoger gelegen bodem, b.v. van een
heuvel of een berghelling, te weerstaan. |
| Keilbout |
| Bout waarmee zware voorwerpen aan de muur worden
vastgemaakt. |
| Keper |
1 - In dakconstructies eertijds een rib die steunt en
vastgenageld is op gordingen en loopt van nok tot voet, in tegenstelling tot de
spoor of span die los staat. Vooral in Zuid-Nederland in gebruik. Thans alleen nog in
samenstellingen als hoekkeper en kilkeper.
2 - Ornament, bestaande uit twee elkaar onder een scherpe hoek ontmoetende brede lijnen,
afgeleid van de heraldische keper, b.v. keperboog, keperfries en gewelfrib
decoratie. |
| Keperverband |
| Bestratingsverband, waarbij langs de randafwerking
bisschopsmutsen op schuingehakte stenen toegepast worden. |
| Kesp |
| Houten of betonnen verbindingsbalk ( dwarsligger ) over
twee of meer paalkoppen. |
| Keurhout |
| Hout met Keurhout logo voldoet aan de Nederlandse eisen
voor duurzaam geproduceerd hout. |
| Kim |
| De aansluiting van een wand op een vloer. |
| Klamp |
| Houten lat waarmee planken of schroten bijeen worden
gehouden. |
| Klamplaag |
| Een laag stenen op hun kant gemetseld tegen een bestaande
muur aangebracht wordt |
| Klapbaan |
| Een rij platdak isolatieplaten die aan de bovenzijde
fabrieksmatig aan elkaar verbonden zijn door een baan gebitumeerd glasvlies, die fungeert
als hechtlaag voor de dakbedekking. Opgevouwen aangevoerd en op het dak uitgeklapt. |
| Klapraam |
Een raam dat scharniert en kan klappen. Vaak scharniert
het aan de bovenzijde en klapt het naar buiten.
|
| Knieschot |
| Een laag wandje dat aan de lage kant van hellende daken evenwijdig aan het dak op de
zoldervloer aangebracht word. Dat kan nodig zijn om bij een grote overspanning tussen nok
en dakgoot een extra oplegpunt te creëren. Bovendien ontstaat er achter een ruimte die
als bergruimte gebruikt kan worden. |
| Koekoek |
1- Een uitgebouwde bak aan de kelderwand waardoor, via
een raam in de kelderwand, het licht in de kelder kan toetreden.
2- Een klein uitgebouwd dakvenster. Meestal op oude gebouwen. |
| Kopgevel |
| De eerste en de laatste gevels van een huizenrij zijn
kopgevels: de kop van de rij. Als de kopgevel goed zichtbaar is, is het belangrijk dat
deze karakteristieke kenmerken heeft omdat dat het "gezicht" van de gehele huizenrij
beïnvloedt. |
| Koppensnellen |
| Het op juiste hoogte afhakken van betonpalen na het heien
en het vrij maken van de wapening in de paalkop, zodat de vrij gekomen wapeningstaven
gebruikt kunnen worden voor de koppeling met de funderingsbalk. |
| Kopshout |
| De kopkant van hout. Vanwege de grotere slijtvastheid
worden er ook wel vloeren afgewekt met blokjes hout die met de kopse kant naar boven
geplaatst worden. |
| Koud dak |
| Een dakconstructie waarbij de isolatie onder de
constructie is aangebracht waardoor de temperatuurwisseling in de constructie gelijk
opgaat met de buitentemperatuur. Als de isolatie niet voldoende dampremmend is, zal er in
de constructie condensatie kunnen optreden. Omdat de waterkerende dakbedekking boven op
de dakconstructie ligt, kan het vocht niet weg, waardoor verrotting ontstaat. |
| Koud dak |
Een koud dak is een dakconstructie waarbij de isolatie
aan de onderzijde van de dragende constructie is aangebracht. De waterkerende laag
(dakbedekking) bevindt zich direct bovenop de dragende constructie. De dragende
constructie bevindt zich dus aan de koude zijde van de isolatie.
Een dergelijke constructieopbouw is weliswaar geventileerd, maar wordt afgeraden in
verband met de condensatieproblemen zoals het rotten van de dakvloer doordat er
condensatie in de isolatielaag optreedt. |
| Kozijn |
| Omlijsting van kunststof, steen, hout of ijzer, bestaande
uit een onder- of bovendorpel en twee of meer stijlen; om een ingang of lichtopening te
omlijsten en er een raam, deur of luik te bevestigen. |
| Kraal |
| Afgeronde buitenkant van een zinken goot, kunststof
boeideel. |
| Kristalliseren |
Een speciale behandeling bedoeld voor marmer- en
terrazzovloeren.
Tijdens het kristalliseren reageert het calciumcarbonaat met de cruciale component van
het kristallisatiemiddel (zeer vaak is dit magnesiumsiliciumfluoride tot een
calciumfluoride) (fluoriet). Omdat fluoriet harder is dan calciet (± 11 procent),
ontstaat een meer slijtvaste toplaag. Veel belangrijker gevolg is echter, dat de toplaag
dichter is (minder poreus en dus minder vlekgevoelig) en in veel gevallen stroever. |
| Kroonlijst |
| Bovenste, naar voren springende lijst van het
hoofdgestel |
| KVH |
| Afkorting van de NEN norm "Kwaliteitseisen voor
hout". |
| KVT |
| Afkorting van de NEN norm "Kwaliteit van houten
gevelelementen". |